Voor en door jongeren met reuma
In het Wilhelmina Kinderziekenhuis worden kinderen tot 18 jaar behandeld.
Het Wilhelmina Kinderziekenhuis is onderdeel van het UMC Utrecht.
De arts die jou behandeld heet een kinder-reumatoloog.
Schrijf je vragen en de dingen die je wilt weten op en neem deze mee als geheugensteuntje naar je afspraak.

Wilhelmina Kinderziekenhuis

 

 

 

Polikliniek

Als je voor het eerst in het WKZ komt, ga je naar het bureau Inschrijving en Opname. Vooraf ontvang je een inschrijfformulier. Het is handig om dat thuis al in te vullen. Na je inschrijving word je doorverwezen naar Polikliniek Blauw, receptie 4.

 

Wat moet je meenemen?

  • verzekeringspasje en/of papieren
  • legitimatiebewijs
  • lijstje met vragen die je wilt stellen
  • overzicht met eventuele medicijnen die je gebruikt. 

 

1e afspraak met je arts op de polikliniek

Je eerste afspraak bij de kinder-reumatoloog/kinder-immunoloog duurt langer dan de afspraak daarna. Soms wel anderhalf uur. Zo'n eerste keer wil de arts alles weten over de klachten waarmee je naar het ziekenhuis komt. Ook zal de arts je lichamelijk onderzoeken. Soms wordt het eerste onderzoek gedaan door een arts-assistent, een afgestudeeerde arts die verder studeert voor kinderarts. Na het onderzoek overlegt de arts-assistent altijd met een van de kinder-reumatologen/kinder-immunologen.

 

Soms is er aanvullend onderzoek nodig. Bijvoorbeeld bloed-, urine- of rontgenonderzoek. Als de uitslagen van alle onderzoeken bekend zijn, maakt de arts afspraken over de behandeling met jou en je ouders/verzorgers. Je krijgt bijvoorbeeld adviezen over welke medicijnen je moet gebruiken of welke oefeningenje moet doen. Er wordt ook een nieuwe afspraak op de polikliniek gemaakt.

 

Vervolgafspraak

Om de paar weken of maanden kom je terug op de polikliniek. Tijdens die bezoeken bespreek je met je arts hoe het de afgelopen periode is gegaan.

  • welke klachten heb je/had je
  • is het gelukt om de behandeling vol te houden
  • hoe ging het met je medicijnen
  • ben je problemen tegengekomen

Soms is het nodig dat er een gecombineerde afspraak gemaakt wordt. Bij de arts, de fysiotherapeut of de transitie-coördinator. We proberen deze afspraken zoveel mogelijk op dezelfde dag te plannen.

 

Verpleegafdeling

Op de dag van opname meld je je bij het Bureau Inschrijving en Opname. Dit bureau vind je op de eerste verdieping boven de hoofdingang van het WKZ. Na inschrijving komt een verpleegkundige van de afdeling je halen.

 

Wat moet je meenemen?

  • gewone kleren, ondergoed, badjas, pyjama, sloffen of slippers
  • beker (met je naam erop)
  • spullen waarme je je kunt vermaken: boeken, spelcomputer, iPod, tekenspullen etc.
  • Notitiboekje met pen. Daarin kun je vragen opschrijven en ook wat er allemaal gebeurt
  • Je lievelingsknuffel (als je die nog hebt; schaam je er niet voor)
  • Gevulde toilettas
  • Als je een speciaal matras, kussen of andere hulpmiddelen hebt, moet je die ook meenemen. Je mag eventueel je eigen rolstoel meenemen (zorg dat je naam erop staat)

 

Denk ook aan

  • brief waarin staat dat je opgenomen wordt
  • verzekeringspastje of -papieren
  • legitimatiebewijs
  • inentingspapieren
  • eventuele dieetvoorschriften, -preparaten of -producten
  • medicijnen

 

Er zijn geen afsluitbare kastjes op de kamers. Houd daar wel rekening mee.

 

Opnamegesprek

Voordat je naar je kamer gaat, krijg je een rondleiding op de afdeling. Met een verpleegkundige heb je een opnamegesprek. Hij/zij zal je een aantal dingen vragen, bijvoorbeeld:

  • wat jij over je opname weet
  • welke medicijnen je gebruikt
  • welke ervaringen je eerder op de poli of binnen het ziekenhuis hebt gehad

Als je het prettig vindt, mogen je vriend/vriendin of je ouders/verzorgers bij het gesprek aanwezig zijn.

 

Na het opname gesprek brengt de verpleegkundige je naar je kamer. Je kunt je persoonlijke spullen daar een plekje geven. Je wordt ook onderzocht door een zaalarts. Andere medewerkers, zoals de voedings-assistent of de pedagogische medewerker zullen een aantal vragen aan je stellen. De dag van de opname is vaak een drukke dag waarop veel gebeurt. Houd daar rekening mee en rust wanneer het kan!

 

De arts en de verpleegkundige bespreken met je wat er tijdens je opname gaat gebeuren, en hoelang je ongeveer op de afdeling zult blijven. Vaak worden er onderzoeken gedaan zoals bloedcontroles of een echo. Misschien krijg je andere medicijnen toegediend. Ook zal de verpleegkundige vertellen hoe het dagprogramma eruit ziet, wanneer er bezoektijd is, en wat je kunt doen op de afdeling. Laat je goed informeren en zeg het als je iets niet snapt.

 

Verblijf

Als je in het ziekenhuis wordt opgenomen, kom je meestal op de afdeling Giraf. Op de afdeling Giraf liggen kinderen/jongeren van 0 tot 18 jaar met:

  • problemen met het afweersysteem (immunologie)
  • problemen met gewrichten (reumatologie)
  • problemen met het bloed (hematologie)

 

De afdeling Giraf heeft in totaal 18 bedden. Er zijn 11 eenpersoonskamers en 7 SCT isolatiekamers. Je komt alleen in een isolatiekamer terecht als je door je ziekte of behandeling erg vatbaar bent voor infecties. In een isolatiekamer blijft alles heel schoon. Je hebt daar geen contact met andere kinderen of jongeren van de afdeling.

 

Naar school in het ziekenhuis

Als je wat langer of regelmatig in het ziekenhuis moet blijven, mis je natuurlijk veel van school. Als je je goed genoeg voelt, kun je daarom ook in het ziekenhuis naar school. De lessen krijg je in de klaslokalen van de ziekenhuissschool, maar de juf of meester van het ziekenhuis kan ook op jouw afdeling of zelfs aan je bed komen. Zo mis je niet teveel en heb je wat te doen. Je arts of verpleegkundige kan dit voor je regelen.

 

Naar huis

Je hoort meestal een of twee dagen van tevoren wanneer je weer naar huis mag. Voor je vertrekt heb je een ontslaggesprek met de arts en de verpleegkundige. Daarin wordt onder andere besproken

  • hoe je de opname ervaren hebt
  • welke medicijnen je moet gebruiken
  • of je fysiotherapie nodig hebt
  • wanneer je weer terug moet komen op de polikliniek

 

Het is fijn als je ouders/verzorgers of je vriend/vriendin bij het ontslaggesprek aanwezig zijn. Samen kun je beter onthouden wat er allemaal gezegd wordt. Zorg dat je goed weet wat je wel of niet mag als je weer thuis bent, en waar je terecht kunt als je vragen hebt. Schrijf de belangrijke  dingen op. Meestal kun je rond 10.00 uur in de ochtend naar huis.

 

Na je ontslag krijgt je huisarts een brief van het ziekenhuis. Daarin staat dat je weer thuis bent en wat er is afgesproken aan nazorg. Soms wordt er thuis een zorgverlener ingeschakeld: een fysiotherapeut, ergotherapeut, of maatschappelijk werker bijvoorbeeld. De verpleegkundige maakt via de secretaresse een afspraak voor je eerst volgende bezoek aan de polikliniek.