Voor en door jongeren met reuma
Het hebben van negatieve emoties hoort er bij, maar merk je dat je dat je hierin vastloopt, neem dan contact op met je huisarts, reumatoloog of reumaverpleegkundige.
Zorgen over je ziekte kunnen invloed hebben op hoe je je voelt en of je goed slaapt.
Door positief denken kun je je gevoel en je gedrag beïnvloeden.
Plan een piekerkwartier op je dag waarop je je zorgen de vrije loop laat.
Zoek afleiding als je merkt dat je gaat piekeren. Door iets te doen, leid je je gedachten af.
Vertel aan iemand je problemen waarover je piekert en praat er over. Het lucht soms heel erg op als je je baalmomentje met iemand kunt delen.
Malcolm "Vroeger kon ik een heel toernooi voetballen, nu kan ik niet eens een half uur op het veld rennen."- Malcolm

Balen

Door reuma kun je behoorlijk uit je humeur raken. Je baalt bijvoorbeeld dat je heel moe bent en vaak pijn hebt. En je bent misschien wel eens verdrietig omdat je iets moet afzeggen waar je zo graag naar toe wilde. Boos omdat je je beperkt voelt in het dagelijks leven. Of onzeker omdat je liever niet aan de abder wilt laten merken dat je je niet goed voelt. Allerlei emoties waar je mee om moet leren gaan. Hoe doe je dat?

 

 

 

Negatieve emoties horen er bij

Ten eerste is het belangrijk om te weten dat het hebben van negatieve emoties, zoals verdriet, boosheid en onzekerheid bij het leven met een chronische ziekte hoort. Het hoort zelfs ook bij het leven van gezonde mensen. Zij hebben er ook regelmatig last van. Het is niet nodig (en ook niet mogelijk) om deze emoties uit je leven te bannen. Ze horen erbij en gaan vaak vanzelf weer over. Het is vaak zelfs zo dat hoe harder je je ertegen verzet, hoe meer last en stress je daardoor ervaart.

 

Omgaan met een dipje

 

G-schema theorie

Veel jongeren denken dat wat zij voelen, een direct gevolg is van wat er gebeurt. Toch zit dat wat ingewikkelder in elkaar. Het zijn de gedachten die je hebt - over wat er gebeurt - die ook je gevoelens bepalen. Je kunt leren om je gedachten te veranderen. Het G-schema is een handig hulpmiddel hierin. Het G-schema bestaat uit vier G's:

 

  • Gebeurtenis
  • Gedachten
  • Gevoelens
  • Gedrag

 

Met behulp van het G schema kun je gedachten opsporen. Het geeft je inzicht in een situatie, waar jij je bijvoorbeeld rot onder hebt gevoeld. Dit doe je door dit onder 'de loep te leggen' met behulp van de vier G's. Je kunt hiermee positieve gedachten 'sterker maken' en negatieve gedachten 'veranderen in positieve gedachten'. Hiermee kun je het gevoel beinvloeden en tenslotte ander gedrag te laten zien.

 

 Gebeurtenis Beschrijf de gebeurtenis waar het over gaat. Waar was ik? Met wie? Wanneer? Wat gebeurde er? Ik heb een sollicatiegesprek bij de bedrijfsleider van de plaatselijke supermarkt.
 Gedachten Beschrijf je gedachten, wat dacht je tijdens deze gebeurtenis. Wat ging er om in je hoofd? Wat dacht je of wat zei je tegen jezelf? Ik voelde me rot, omdat ik moest vertellen dat ik alleen achter de kassa wilt werken, omdat ik geen zwaar werk kan doen.
 Gevoel Welke gevoelens had je hierbij? Welke emotie voelde je? Ik voelde mij rot, omdat ik dacht dat de bedrijfsleider wel zou denken dat ik helemaal niks kan of te lui ben om vakken te vullen.
 Gedrag Welk gedrag liet je daardoor zien? Wat deed je? Hoe reageerde je? Ik werd er onzeker door en kon niet goed uitleggen hoe graag ik dit werk wilde doen en hoe het zat met mijn reuma.

 

In de bovenstaande afbeelding zie je een voorbeeld van een G-schema. In het schema staat de situatie van Tessa beschreven. Tessa solliciteert bij een supermarkt en heeft aangegeven dat ze achter de kassa wilt werken. De bedrijfsleider vraagt waarom ze achter de kassa wilt. Tessa denkt meteen dat de bedrijfsleider vast denkt dat ze niets kan en haar een loser vindt. Ze voelt zich afgewezen en teleurgesteld. Tessa belde daarna meteen haar vriendin op om te vertellen dat het sollicitatiegesprek slecht ging en gaf de schuld aan de bedrijfsleider, hij bevestigt haar gevoelens. Met als gevolg een negatief beeld.

 

Het is veel effectiever om niet uit te gaan van het negatieve, maar het juist positief te benaderen. Je kunt ook denken: 'hij vraagt het omdat hij geïnteresseerd is en graag het verhaal hier achter wilt weten'. Je gevoelens zullen hierdoor ook positiever zijn, je gedrag wordt anders en mogelijk loopt het gesprek ook anders met een ander resultaat. Door in het schema na te denken over jouw gevoelens en hier een positief gevoel voor in de plaats te zetten, heeft dat ook direct invloed op jouw eigen gedrag. Als Tessa niet had aangenomen dat de bedrijfsleider haar mogelijk lui of dat ze niks zou kunnen, had ze mogelijk meer kunnen uitleggen over hoe graag ze wilde werken en hoe ze zelf met haar reuma zou kunnen omgaan in het werk. Dan was het gesprek mogelijk ook anders verlopen.

 

 

Piekertips

Het kan zijn dat je soms zorgen hebt over je ziekte of over je leven, die je maar niet uit je hoofd kan zetten. Deze gedachten kunnen van invloed zijn op het slapen (niet in slaap komen, moe wakker worden, wakker liggen) en op hoe je je voelt (gespannen, pijnklachten). Er zijn verschillende tips om piekeren aan te pakken. Misschien zijn niet alle tips voor jou geschikt en vind je ze een beetje overdreven, maar ze hebben bewezen dat ze echt helpen. Lees de tips hier door en kijk welke het meest voor jou geschikt zijn. Aan de linkerkant van deze pagina staan nog meer tips.

 

  • Piekerelastiekje
    Draag een rubber elastiekje om je pols. Trek eraan en laat het tegen je pols aan tikken als je een niet-helpende (negatieve) gedachte hebt. Het helpt heel goed bij het bewust worden van deze gedachten en daarna bij het voorkomen ervan.
  • Overdrijf je gepieker
    Deze tip is er op gericht een storende, niet helpende gedachte zo sterk te overdrijven dat het lachwekkend wordt en daardoor niet meer storend is.
  • De gedachten stop techniek
    Je zegt heel hard STOP tegen jezelf als je veel denkt en piekert. Daarna ga je denken aan dingen die je leuk vindt of wilt gaan doen.
  • Ga na of je een oplossing kunt bedenken voor het probleem waarover je piekert
    Misschien helpt het om bijvoorbeeld informatie te zoeken. Of praat er met iemand over die er meer vanaf weet.
  • Accepteren
    Als het iets is waar je niets aan kunt doen, moet je het soms accepteren. Probeer te accepteren dat dit iets is waar je het moeilijk mee hebt. Probeer er op te vertrouwen dat het waarschijnlijk vanzelf weer minder wordt. 

 

 

Van dipje tot dip

Wat als je dipje een dip wordt? En niet binnen een paar dagen vanzelf overgaat? Met andere woorden, wat als je dipje een depressie is geworden? Het is mogelijk dat je het even niet meer ziet zitten. En geen mogelijkheden ziet om uit je dipje te komen. Dan is het heel belangrijk om aan de bel te trekken. Maak het bespreekbaar. Je kunt bijvoorbeeld je verhaal vertellen aan je familie of vrienden. De huisarts, reumatoloog of reumaverpleegkundige kunnen je er ook bij helpen. Blijf er in in ieder geval niet te lang mee zitten!